1027. Aan de Joden overgeleverd
d.i. in kwade handen gevallen. Volgens Laurillard en Zeeman is de zegswijze ontleend aan den Bijbel (vgl. Matth. XXVII:26 en Joh. XVIII:36). Zij komt voor bij Sartorius, I, 6, 1: Asinus inter simias, hy is den Joden gelevert; II, 10, 50: Objicere canibus agnos, den Joden leveren, qui pacatum et litium imperitum, calumniatoribus et exercitatis exponeret. Tuinman I, 10: Hy is den Joden overgelevert, dat wil zeggen, ‘aen de onbarmhertige mishandelaars, hoedaanige de Joden zyn: gelijk zy ook betoonden aan onzen Zaligmaker’; Harrebomée I, 365. Waarschijnlijk is de uitdr. niet aan den Bijbel ontleend, maar moet worden gedacht aan de slimheid en arglistigheid, die men in de Joden onderstelt; vgl. de varr. Aan de heidenen of de Turken overgeleverd; zie no. 881 en vgl. Ndl Wdb. VII, 417.