1248. Een korf krijgen

d.w.z. afgewezen worden bij een huwelijksaanzoek of op een examen, in welk laatste geval men ook spreekt van druipen, bakken, zakken, sponsen of stralen; een ketel halen (huzarenterm te Tilburg in gebruik; in Zuid-Afrika: hy het die pot mis gesit (Boshoff, 339); in Zuid-Nederland buizen; een buis krijgen (ook in Maastricht); fr. attraper une buse (Schuerm. 84; Antw. Idiot. 310; Joos, 95; Ndl. Wdb. III, 1770, waar buis wordt opgevat in den zin van slag); hd. einen Korb bekommen; sich einen Korb holen; durch den Korb fallen, Abschlag seiner Bitte erhalten, kurz durchfallen; syn. plumpsen; eng. to fall through. In Zuid-Nederland komt de uitdr. voor in den zin van zonder absolutie uit den biechtstoel weggezonden worden (De Bo2, 1223). Men meent, dat deze uitdrukking eigenlijk beteekent een korf met zwakken bodem krijgen. Zulk een' korf liet in de 16de eeuw een meisje 's nachts uit het venster zakken om een lastigen vrijer, dien zij niet mocht lijden, daarin op te trekken. Als zij dat deed, viel hij er weldra doorheen en kreeg hij zoo den bons (Schrader, 318); vgl. het mnd. dorch den Korf vallen, dat einen Korb bekommen, een korf krijgen, beteekent (zie vooral Schiller u. Lübben II, 544); fri. troch de koer sakke. Volgens Grimm V, 1800; Borchardt, no. 689 en Wander II, 1538 werd in de 17de en de 18de eeuw de vrijer niet meer opgehaald, maar zond het meisje een vrijer, die haar niet beviel, een bodemloozen korf, en in den Eifel moet thans nog iemand, die zijn meisje ontrouw wordt, door een bodemloozen korf kruipen; Ter Gouw, Volksvermaken, 539. Zie Molema, 220 b: 'n körf kriegen, körft worden, druipen voor een examen: körven, 'n körf geven, afwijzen bij een examen; fri. de koer op krije, zijn ontslag krijgen, worden afgedankt; nd. de kiepe krêgen (Eckart, 258); Harreb. I, 440: hij is door den korf gevallen; hij krijgt den korf; zie verder Zeitschr. f. D. Wortforschung 3, 97 en vgl. Door de mand vallen.