1368. Iets voor (of om) de leus doen

d.w.z. iets voor den schijn doen; welstandshalve. Onder leus, mnl. lose, verstaat men eig. wachtwoord, wapenkreet, strijdleus en vandaar, zoo deze voorgewend is, schijn. Vgl. Sewel, 450; Halma, 314: Iets voor de leus of welstaanshalve doen, leurrer quelqu'un, sauver les apparences par bienséance; hij doet het maar om de leus, il n'en fait que le semblant; Harreb. II, 19; Ndl. Wdb. VIII, 1702.