1682. Een oog (oogje) in het zeil houden

‘Oog in het seil houden: dit is het werk van een goed seeman, om geduurig op sijn hoede te sijn:.... oneigenlijk: op sijn beroep passen, een waakend oog houden’ (Winschooten, 249). De uitdr. komt in de latere middeleeuwen voor bij Despars, 2, 252 en Froissart, 384 (oge int seil houden) en wordt in de litteratuur zeer dikwijls aangetroffen. Zie Campen, 129: hy heft steets hem (l. het) een ooghe int seyl; Anna Bijns, Refr. 311; Idinau, 212; Van Lummel, 377; Hooft, Brieven, 188; Vondel, Gebroeders, vs. 1107; Lof der Zeevaert, 456: een oog in't seyl slaen; Pers, 377 b; Asselijn, 255; Halma, 449; C. Wildsch. II, 56; enz. Zie verder het Ndl. Wdb. X, 2272; Harrebomée II, 144 a; Waasch Idiot. 758; Antw. Idiot. 2171. Ook in het Friesch: in each yn 't seil hâlde; nd. en Oge int Seil hebben (Eckart, 24).