1891. Geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd
Dit is een aan den Bijbel (Luc. 4, 24 of Matth. 13, 57) ontleend spreekwoord, in den zin van: geen man van verdienste wordt in zijn eigen land zoo geëerd, als dikwijls in het buitenland. Op beide plaatsen wordt het door Jezus gebruikt, wanneer hij ondervindt, hoe de inwoners van Nazareth niet op zijne prediking acht geven, en hem door hun ongeloof bedroeven. Vgl. Zeeman, 418; mlat. in propria natus est nemo propheta vocatus (Werner, 41); Prov. Comm. 635: ten is gheen prophete verheven in syn selfs lant; Campen, 28: der en is ghien Propheet anghenaem in syn vaderlandt; Winschooten, 219: Daar werd geen sant verheeven in sijn eige land; Cats I, 543; Hooft, Ged. I, 192, 49; De Brune, 370; C. Wildsch. III, 6; enz. Zie Harreb. III, 319 a; Ndl. Wdb. XIV, 95; Antw. Idiot. 1054; Wander III, 1412 en vgl. het nd. wo de Profête geboren is, da gelt he nich (Eckart, 417); fri. in profeet wirdt yn syn heitelân net eard of ook der is nin profeet yn syn lân forheven; Joos, 211: niemand is profeet in zijn land; nooit san(c)t verheven in zijn land; Schuermans, 566; fr. nul n'est prophète en son pays; hd. der Prophet gilt nichts in seinem Vaterlande; eng. a prophet has no honour in his own country.