1931. In het riet sturen (- laten loopen of loopen)
d.w.z. in de war sturen; misloopen; eig. gezegd van een schuit, die vast loopt in het riet. Zie Winschooten, 207, die iets in het riet schuiven als synoniem opgeeft van iets in de pooten (wilgen), in den wal schuiven; Tuinman I, 151; Van Effen, Spect. VIII, 226: Wie zal op huis en huisraed passen, het loopt nu alles wel in 't riet; Halma, 539; vgl. verder Haagsche Reize, 103: zyne zaken in 't riet laten lopen; Westerbaen II, 475: zich selven in 't riet seylen; Janus, 33: in 't riet sturen; Pers, 737 b; 884 b: in het riet loopen; zoo ook bij Janus, 159; Onderm. 75; Kippev. II. 217: En met ‘de Burgervriend’ loopt het heel in 't riet. Die wil hij met 1 Juli opdoeken. Vgl. voor Zuid-Nederland Joos, 116: zijn schip in 't riet stieren, zijne zaken verwaarloozen; Antw. Idiot. 1995: in 't riet geraken, arm worden, ten onder geraken, tot armoede vervallen.