2138. Spottershuisjes branden

d.w.z. het ongeluk dat heden den een treft, kan morgen ook den ander, die er mee spot, treffen. De uitdr. dag. teekent uit de 16de eeuw, blijkens Campen, 6: Spotters huys brandt oock wel; zie verder De Brune, 489: Spotters huys dat brandt oock wel; Tuinman I, 370: Spotters huis brand ook wel. Gods wraakoordeelen overkomen ook spotters zelf in datgene, waarover zij anderen beschimpt hebben; Harrebomée I, 345; Handelsbl. 14 Maart 1920 p. 1 k. 1: Bij ongunstig weder zal de revolutie in de zaal plaats hebben, zoo spotten we indertijd. Maar spottershuisjes branden licht, en weldra had toch wis en warempel een omwenteling plaats; Taalgids, V, 169; Molema, 161: Spotters hoeskes branden licht, het spotten kan licht den spotter treffen; fri. spotters huskes reitsje in 'e brân; spotters krije spotters lean; Afrik. spotter se huis brand ook af; nd. spotters huus brennet am êrsten; spotthüsere brennt âk (Eckart, 496).