2446. Iemand den voet lichten
d.i. hem doen vallen, hem achterover doen tuimelen, hem een beentje lichten (no. 177; fr. donner la jambette à qqn; eng. to trip one up), hem overstag werpen (zie no. 1746), mnl. enen scrinckelen, oostfri. strikbêntjen; in overdrachtelijken zin: iemand op behendige wijze van zijn post verwijderen, hem er uitwippen; ook ‘hem een nadeeligen trek spelen’ (Weiland); hetzelfde als het 16de-eeuwsche (iemand een) voetken setten, supplantare: pede supposito in terram deiicere (Kil.); dat voetken setten om te doen vallen, donner le crochet du pied pour faire cheoir, supplantare alicui pedem (Plantijn), iemand een beentje zetten (17de eeuw), hd. einem ein Bein stellen; to give a person a foot (verouderd). Sedert de 17de eeuw is onze uitdr. in gebruik; vgl. Hooft, Brieven, 371; 307: 's Kaizers toeleg om hem (Wallenstein) den voet te lichten; Ged. I, 289: Een tol, die met gestadigh swindelen zich zelven licht den voet, en eighe grafsteê graeft; Poirters, Mask. 73; 86; Winschooten, 340: Iemand de voet ligten: dat is, iemand sijn ampt, eer, en aansien beneemen, en op sijn scheeps: iemand buiten boord smijten; W. Leevend III, 139; C. Wildsch. II, 156; Tuinman I, 37; Halma, 737: Iemand den voet ligten, iemand uit zijn ambt zetten; Harreb. II, 398 a; Het Volk, 7 Nov. 1913, p. 1 k. 3: Niet omdat we hoopten hierdoor zoo spoedig mogelijk de kans schoon te krijgen om 't kabinet het voetje te lichten; Ndl. Wdb. VIII, 1969; afrik. iemand die voet lig; Antw. Idiot. 1392: iemand e voetje zetten, doen struikelen of vallen. Syn. Iemand van de plank wippen in De Arbeid, 31 Juli 1915, p. 4 k. 2: En enkelen die den moed hebben dit te beweren en op principieelen grond aan te toonen, trachten zij met een zekere brutaliteit van de plank te wippen. Vgl. no. 770.