246. Iets blauw blauw laten

d.w.z. een zaak laten rusten, er niet over spreken, haar laten zooals zij is; fri. blau blau litte. Eig. luidde de uitdr. blauw blauw laten, d.w.z. wat blauw is, blauw laten blijven, zooals blijkt uit de Seven Engelen van Dienstm. bl. 120: Wie sou soo verstandig zijn, om dit (op ordre) alles te verhalen, sonder den een of d'ander in sijn gemoed te quetsen; daarom is het best, dat wy dit alles met het aloude spreekwoord be-wimpelen; dat is, laat blaau, blaau blijven, een ieder kend sijn selven. Ook Tuinman I, 234: Hy liet blaauw blaauw zijn; vrij dikwijls bij Wolff en Deken (zie Noord en Zuid XXVIII, 23). Vandaar ‘iets blauw blauw laten’, iets laten zooals het is. Zie Harreb. III, 42 b; Leopold I, 190. Synonieme uitdrr. zijn: licht licht laten blijven (Harreb. II, 22 a); laken laken laten blijven (Harreb. II, 3 b); den boel den boel laten (Harreb. I, 65 b); de vloot de vloot laten (Poirters, Mask. 206); de paarden de paarden laten (er zich niet om bekommeren; Beets, C.O. 270).