2498. Tusschen twee vuren zitten
d.i. in eig. zin van twee kanten door den vijand beschoten worden; vandaar bij overdracht: tusschen twee moeilijkheden zitten, die beide even lastig te ontgaan zijn, zoodat men niet weet welke van beide men het hoofd zal bieden; geen uitweg weten, niet weten wat te doen, in tweestrijd zijn; Harreb. II, 427 b; afrik. hy sit tussen twee vure; fr. être entre deux feux, essuyer le feu de l'ennemi de deux côtés à la fois (Hatzf. 1050; ook fig.); hd. zwischen zwei Feuern kommen, einer Gefahr von zwei Seiten her ausgesetzt sein (Borchardt, no. 346); eng. to be between two fires; in Zuid-Nederland tusschen twee vuren zijn, omringd zijn van moeilijkheden (Schuermans, 839 a); Waasch Idiot. 711: tusschen twee vieren staan, een moeilijke keus te doen hebben.