2535. Verdrinken, eer men water heeft gezien

Deze sedert de 17de eeuw voorkomende zegswijze luidde toen eenigszins anders; vgl. Winschooten, 348: Hij is verdronken eer hij Waater kende: dat is oneigendlijk, hij is geknapt, hij heeft seer los te werk gegaan: hij heeft sig vergreepen. Vooral gebruikt in toepassing op jonge lieden, die zich te vroeg ‘verslingerd’ hebben, zooals Tuinman I, 87 het verklaart en ook blijkt uit Van Effen, Spect. V, 181: Het is baarblykelyk, dat zonder zo eene nutte teugel, duizenden van jonge luiden, vervoert door de nauwlyks weerstaanbare drift der eerste kalverliefde, zig verdrinken zouden eer ze water kenden, en een korte voldoening met een eeuwig berouw betalen; Middelb. Avant. 77: Dus wierd ik verstrikt en verzoop aleer ik water kende; C. Wildsch. I, 24; Br. v. Abr. Bl. I, 41; Sewel, 941: Hy is verdronken eer hy 't water kende, he perished before he knew the danger of the business; Harreb. II, 440 b; Antw. Idiot. 1330; 1362; Rutten, 272 (in den zin van te jong getrouwd zijn); Waasch Idiot. 703: U versmooren veur dat ge 't water kent, zeer jong trouwen; Van Lennep, 239 met de verklaring ‘zich zedelijk of lichamelijk bederven zonder er genot van te hebben gehad’; in fri. fordrinke ear 't min wetter sjoen het; Twente: verzoepen eer men water veult.