2548. Weeuwenaars pijn

d.w.z. eene kortstondige, spoedig voorbijgaande pijn; even spoedig voorbij als die, welke veroorzaakt wordt door een stoot aan den elleboog, zooals de Scandinaviërs zeggen; hd. Wittwerleid währt kurze Zeit, eene meening, waarover de meeste Europeesche volken het eens zijn, zooals is aangetoond door Dr. A. Beets in het Tijdschrift IX, 138-141. Vgl. De Amsterdammer, 26 Jan. 1924 p. 6 k. 2: Wanneer wij dergelijke onsoliede nieuws van een kwakkelende bank .... zelfs van een kunstinstelling vernemen, doet het ons minder aangenaam aan, maar meestal blijft het voor u en mij eene weeuwenaarspijn. De Franschen drukken het eenigszins anders uit: deuil de femme morte dure jusqu' à la porte. Zie Harreb. I, 145 a: Eener vrouwe dood is eens mans elleboogstoot; II, 182 b: Dat is weduwenaarspijn; Wander V, 323; I, 1125: frôens dôd un elnbagens stot dei lik weh (Eckart, 124).