2613. Vast in het (of den) zadel zitten

d.w.z. zeker zijn van zijne positie; ook: zijne zaken goed kennen, kundig zijn, vast zitten, zooals in het land van Aalst gezegd wordt; ontleend aan het tournooispel, en eig. gezegd van een ruiter, dien men niet gemakkelijk uit het zadel licht; Harreb. II. 487; afrik. vas in die saal sit. In het nd. fast in 'n Sadel sitt'n (Eckart, 446); hd. fest im Sattel sitzen en sattelfest sein; fr. être ferme dans les arçons, voet bij stuk houden; être bien en selle; eng. to be quite firm in; fri. fest yn 't seal sitte, vast op zijn plaats, uit een maatschappelijk oogpunt.