278a. In eigen boezem tasten; zie De hand in den boezem steken

ook wel in eigen boezem tasten, d.i. ‘zijn geweten of gemoed onderzoeken, zichzelf beproeven en eigen schuld erkennen, in tegenstelling met het beschuldigen van anderen’. Waarschijnlijk niet rechtstreeks ontleend aan Exodus 4, 6: ‘Ende de Heere seyde.... tot hem, Steeckt nu uwe hant in uwen boesem,’ waar de ruimte bedoeld is tusschen de borst en het daarover heen geplooide kleed, terwijl wij bij het bezigen dezer zegswijze denken aan boezem in de beteekenis van gemoed. Zie Ndl. Wdb. III, 230-231; Zeeman, 129 en Wander I, 519: in seinen Busen greifen.