285. Bombarie maken (of slaan)

d.w.z. drukte, lawaai, ophef, boeha maken. De afleiding van dit woord bombarie is niet geheel zeker. Men houdt het voor een klanknabootsend woord, wellicht ontstaan onder invloed van bombare, bombaerde, kanon, ook soort muziekinstrument (fr. bombarde; zie Franck - v. Wijk, 81). Het komt dikwijls voor in hekelschriften over en spotprenten op den windhandel. Daarop vindt men meermalen een gebrekkige voorgesteld, veelal in harlekijnskleeding, met den naam Bombario of Bambario op zijn rug, of op zijn mars; deze figuur stelde den windhandel voor, en was vooral een toespeling op de daarbij voorkomende bedriegerij. Zoo staat op een prent als bijschrift:

Cartouche ryd naar broer Jaco
En roud om neef Bombario.

Hier is dus Bombario verwant aan twee beruchte dieven. Elders vindt men genoemd een professor Bombarismi, en zelfs Sint Bombario. Zie Brieven v. Abr. Bl. I, 194: bombario maken; Ndl. Wdb. III, 328; Jord. 331; Panthéon, no. 5, bl. 110-111; Bouman, 15; het fri. bombaerje, leven, ophef, vertooning maken; Molema, 50 a: bomberen, razen, tieren; Bergsma, 64: bombarie maken, bombéren, razen, tieren.