451. Ik mag dood vallen (of ik val dood) als
Eene sterke verzekering der waarheid van hetgeen men beweert (zie o.a. Lev. B. 191; Sjof. 219); eveneens in Zuid-Nederland bekend, waar men ook zegt: ik wil eeuwig branden, als hetgeen ik beweer niet waar is. In Noord-Holland: ik laat me teren (Boekenoogen, 1363); in de 17de eeuw: ik laat me wippen, als (Gew. Weuw. III, 80); in de 18de eeuw: ik wil me laten kortooren (Halma, 284); hd. ich will Matz (of Hans) heiszen; du sollst mich einen Schelm heiszen; ich will des Todes sein, wenn; eng. may I die of I'll be shot, hanged if; I may drop down dead, if (Prick); fri. ik mei dea del falle as.
Vgl. nog het lat. pereo; mnl. van Gode moetic hebben ondanck; up een rat doet mi legghen eest niet waer; oft ic't late, dat ic riese; condijs mi dies vroet ghemaken, ic wille dat ghi mi Hughe heet; ic leghs minen hals teghen den dinen, dat; ic wille mijn kele windewait en es die coninc niet hier bi; ndl. mijn kop er af, er den hals onder verzetten (Ndl. Wdb. V, 1655); je mag me kielhalen; God mag me straffen; mag mie de bok steuten (Molema, 505 b); ik laat me rekken (van hier tot Rome); 'k laat me ophangen (fr. je veux être pendu), me kappen, mijn kop voor mijn voeten, 'k laat me kisten, villen (Brederoo II, 100, 2465: Vildtme, doen ick het weer); 'k wil verzinken, verdonderen, creveeren, crepeeren, barsten, 'k wil verdoemd zijn, 'k wil (eeuwig gloeiende) verdoemd zijn, de duivels mogen mij oppakken, Ons lieve Heer mag mij rollebollen in 'n papieren zak, als 't niet waar is (Waasch Idiot. 823 b); ik mag verdaard zijn; 'k wou dat dit brood in mijn keel bleef steken (hd. dass mir das Brot im Halse stecken bleibe; fr. que ce morceau de pain m'étrangle), 'k wil da'k vergif dronk, een koolken op iets dorren inslikken ('t Daghet XIII, 48), enz. Zie vooral De Cock1, 105 vlgg.; Schrader, 302.