452. De dood in den pot

Men zegt dit van eene plaats of een gezelschap, waar men zich gruwelijk verveelt, omdat het er zoo stil en doodsch is; ook als een tak van handel, wetenschap of kunst niet bloeit. Volgens Zeeman, 159 en Laurillard, 41 moet de oorsprong dezer zegswijze gezocht worden in het bijbelverhaal, dat men vindt opgeteekend in 2 Kon. 4:39-41: Ende het geschiedde als zy aten van dat moes, dat zy riepen, ende seyden, Man Godts, de doot is in de pot, ende konden 't niet eten. Vgl. Bank. II, 21; Janus, 153; Harreb. I, 145 a; Nkr. VI, 22 Juni p. 6; IX, 27 Maart p. 5; Telegraaf 22 Mei 1918 (A) p. 2 k. 4: In de Nederlandsche schilderkunst is het de dood in de pot.