545. Het einde zal den last dragen
d.w.z. het begin eener zaak kan gemakkelijk schijnen, doch aan het einde komen de moeilijkheden, ‘bij de uitkomst ontdekken zich de zwarigheden’. In de middeleeuwen te vinden in Scaecspel, 29: Want al heeft dat beghinne een goet behaghen, teynde voorwaer moet den last draghen; bij Matthysz, 78: Het is een out woirt: tbeghinsel is een goet behaghen mar teynde moet den last dragen; bl. 219: Die achterste lasten meest weghen. Zie verder Goedthals, 19: tBeginsel magh behaghen, het eyndeken moet den last draghen, la fin loue l'oeuvre; Campen, 35: een guedt begin is een guedt behaghen, mer t Eynde moet den last draghen; Spieghel, 275; Winschooten, 57: Het end draagt den last: dat is, de swaarigheid komt op het laatst; De Brune, 368; Smetius, 237; 274; Pers, 283 b; Lichte Wigger, 14 r; Sewel, 213; Bebel, no. 475; Erasmus, LXXX en bl. 494; Wander I, 815; Joos, 150; 211: Het eindeken lijdt dikwijls den last; Antw. Idiot. 1677: 't Endeken lijdt de(n) last; Harrebomée I, 3 b en III, 121-122; het oostfri.: anfang is 'n walbehagen, man 't endje mut de lasten draghen; fri.: it ein scil de lêst drage; hd. das End muss den Last tragen; nd. das Enne dreggt de Last (Eckart, 98).