642. Geld bij de visch!

d.w.z. dadelijk, contant betalen, boter bij de visch (zie no. 324). In de 17de eeuw was deze zegswijze bekend, zooals blijkt uit Coster 33, vs. 707:

Jan Soet: 'k Selmen metter haest in de klieren gaen steecken,
En volgheje datelijc, maer weetje watter is?
Bely: Jae'ck, se het een paer paerden te koop, maer ghelt bij de visch.

Zie ook Van Moerk. 418; De Brune, 335: Gheld by de vis, dat gaet niet mis; Paffenr. 64; Sartorius I, 8, 95 en 99: hy wilt gelt by de visch. De zegswijze komt overeen met geld bij de leverancie, dat we lezen bij Winschooten, 135. Vgl. nog Sewel, 895: Geld by de visch, ready money; Harreb. I, 83; in het fri.: jild (bûter) by de fisk of jild op 'e fingerseinen (= fr. au bout des doigts; eng. to pay down on the nail); in het Waasch Idiot. 243 b: geld bij de boter (evenzoo Teirl. 465).