673. Als het getij verloopt, verzet men de bakens; zie no. 139
waarnaast ook ‘als het diep, de stroom verloopt’, enz. Onder het (ge)tij verstaat men het regelmatig afwisselend opkomen en afloopen van de zee, vloed en eb, en vervolgens zooals in deze spreekwijze de strooming, de stroom. Neemt deze een andere richting, dan moeten de baken(s), welke den schipper of den loods dien stroom aangaven, verzet worden. Vandaar kreeg bij overdracht de spreekwijze de beteekenis van: bij verandering van omstandigheden neemt men andere maatregelen. Vgl. Cats I, 458: Als 't diep verloopt verset men de bakens; Zoet, 11; Halma, 37: Als het tij verloopt verzet men de bakens, quand les choses changent de face, on change de mesures; Sewel, 53: Als de stroomen verloopen moet men de baakens verzetten, one must accomodate one's self to the times; Tuinman I, 150; Harreb. I, 24 a; Ndl. Wdb. II, 879. Vgl. ook Sewel, 53: De baakens zyn verzet, daar is verandering op gekomen; B. Wolff, 63: de bakens zijn verloopen, de toestanden zijn veranderd; Wander I. 602; fri. as it tij forrint moat men de beakens forsette.