746. Stappen als een haan van een stooter

d.w.z. trotsch en fier stappen; eig. zoo fier als een haan van koek of een stuk kinderspeelgoed, dat een stooter (12 1/2 ct.) kost. De zegswijze is opgeteekend uit de geschriften der 18de eeuw; vgl. W. Leevend V, 209: Toen keek hy zo fier, als een Haan van een stooter, of een Prins van Biesjesdeeg; Abr. Bl. I, 135: De twaalfjarige Knaap gaat daar trotsch, als een haan van een stooter, over de straat; Harreb. I, 266: Hij loopt (of kraait) als een haan van een' stooter; Nkr. III, 1 Mei p. 6: Dus ging hij als een stootersch' haan op naar de Deputaten; De Arbeid, 9 Oct. 1915, p. 4 k. 1: In de dagen van succes en victorie konden wij Duys dan ook bij elke gelegenheid als een ‘haan van een stoter’ zien stappen. In het fri.: stappe as in stoaterske hoanne op in hjitte plaet (op een heete plaat); in Twente: hee tred as nen dreestuuvers hanen; Bergsma, 21: zoo dapper as 'n stoters haon; Eckart, 507: he strüvt sich as 'n dübbeltjes Kluckhenne; 199: hê sleit hinnût as 'n Honnigkôk'npärd; Jahrb. 38, 159: hee strüvet sick asse'n küaterhane; hij heeft moed als een stooters paardje (Harreb. II, 310); Molema, 167: stappen as 'n koater in de mörgendou; zij liep zoo trotsch als een doffer (in M. de Br. 35); loopen als een paard van een' daalder (Harreb. I, 112); Wander IV, 879: er stolzirt wie ein Hahn vor einem Kindchen; oostfri. hi stapt äs en huan fuar en Döötjen. Op Goerée en Overflakkee: Hij heeft een presentie als een lok van een daalder, hij zet een hooge borst op.