866. Het hecht (of heft) in handen hebben (of houden)

d.w.z. het gezag in handen hebben, baas zijn. De zegswijze laat zich gemakkelijk verklaren uit de Friesche zegswijze: dy 't heft yn 'e hännen het dy snijt. Vgl. verder Tuinman I, 164 en 238; II, 120: ‘Hy houd het hecht in de hand. Dat is, hy heeft de zaak in zyn geweld en magt. By het hegt kan men een degen of mes vast houden’. Zoo zeide men ook in denzelfden zin: hy houd de pan by den steel en hy houd de ploeg by den steert (Tuinman I, 164); hy heeft de koe by de hoornen. In de 17de eeuw wordt onze zegswijze o.a. aangetroffen bij Hooft, Brieven, 209; Tac. 95; De Brune, Bank. I, 58; Pers, 214 b; 283 b en Interest v. Holl. 148. Vgl. ook het fr. tenir la queue de la poêle; hd. das Heft in der Hand haben; das Messer beim Hefte haben, en het lat. manubrium ex manu (e manibus) eximere alicui, iemand de gelegenheid en mogelijkheid ontnemen iets te doen; ansam praebere alicui, iemand gelegenheid verschaffen. Zie Ndl. Wdb. V, 1819; 1838; VI, 233; Zandstr. 26.